Verkiezingsprogramma 2014-2018

'SamenLeven'

Goed samen leven is niet vanzelfsprekend, maar een continu proces. Een zoektocht naar waarden en normen, essenties en gewoontes. Wat is van ons samen en wat is van het individu? De gekozen titel ‘SamenLeven’ gaat over het gemeenschapsgevoel dat mensen ervaren en wij met elkaar via de politiek en met de samenleving willen bevorderen en uitdragen. SamenLeven kan op verschillende manieren geduid worden; ‘samen’ als ChristenUnie en SGP, maar ook ‘SamenLeven’ als ChristenUnie/SGP-fractie met de samenleving. Deze titel toont duidelijk dat me moeten omzien naar elkaar. Dat we het ‘samen’ moeten waarmaken in een tijd waarin het eigenbelang de boventoon lijkt te voeren. Een hogere lading krijgt deze titel als we die plaatsen in context van onze afhankelijkheid van God. ‘Samen’ met God en ‘Leven’ als gift van God.

Voor u ligt het verkiezingsprogramma ChristenUnie/SGP 2014 tot 2018. In dit programma zijn onze standpunten over de belangrijkste onderwerpen in de Zwijndrechtse samenleving opgenomen. In de komende jaren, als God ons die geeft, zullen in onze gemeente moeilijke en ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt. Op sociaal,  zowel als op economisch terrein, liggen er heel wat lastige vraagstukken.

In dit verkiezingsprogramma worden er een aantal uitgelicht en geeft de ChristenUnie/SGP haar mening. Zo vinden wij het van groot belang dat zorg aansluit bij de behoeften en levensovertuigingen van onze burgers. En heel belangrijk is dat die “transitie”,  die verandering, winst op moet leveren voor de cliënten. Dat is het uiteindelijke doel. In dit hele vraagstuk zal er steeds meer een beroep worden gedaan op de mensen in de omgeving van de hulpvrager. Een opgave? Ja! En een lastige opgave, maar ook een kans om ons te laten zien in de grote tuin van Gods Koninkrijk.

Een ander actueel voorbeeld is onze uitspraak over adequate handhaving als het gaat om alcohol en drugsgebruik.  Wij vinden het van belang om op te treden bij verloedering  en andere vormen van vandalisme.

Op economisch terrein zijn we behoorlijk afhankelijk van de situatie op mondiaal niveau. Ondanks dat moeten we wel blijven zoeken naar slimme oplossingen van bijvoorbeeld de braakliggende terreinen in onze gemeente.

Als laatste wil ik het onderdeel Milieu belichten zoals we dit in ons programma beschrijven. We hebben de aarde in bruikleen gekregen om er zuinig op te zijn. Een bijbelse opdracht. Ook op lokaal niveau kunnen we hierin ons steentje bijdragen. Denk maar aan afvalscheiding: plastic, g.f.t., papier, glas.  Op dit onderdeel wil de ChristenUnie/SGP in de komende jaren sterk inzetten.

Er is weer een verkiezingsmanifest ontstaan waar we de komende jaren, onder Gods leiding, mee aan de slag kunnen!

Hartelijke groet,

Marius M. Schenkel

(terug naar de inhoudsopgave)   

1       De overheid en wij

1.1       De gemeente, dat zijn we samen

Bij de ChristenUnie-SGP staan niet de overheid of de markt centraal, maar de samenleving en de individuele burgers daarin. De ChristenUnie-SGP wil investeren in de kracht van de samenleving.

1.1.1       Bestuur met de samenleving

Wij verwachten niet alles van de overheid, maar ook niet van de markt. Wij zien overheid en samenleving als bondgenoten. De overheid stimuleert en ondersteunt mensen om hun eigen kracht, of samen-redzaamheid, in te zetten. Bij ons staat de overheid naast mensen. Wij denken mee, stimuleren en ondersteunen waar nodig. Dit vraagt om maatwerk: de een heeft die ondersteuning sneller nodig dan de ander. En als mensen het echt niet zelf of samen met anderen kunnen, dan biedt de overheid een vangnet.

Wij geven de overheid niet te weinig, maar ook niet te veel verantwoordelijkheid. Burgers moeten een beroep kunnen doen op de overheid als hun veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. We mogen de rol van de overheid niet overschatten. De ChristenUnie-SGP staat voor een overheid die betrouwbaar, transparant en herkenbaar is en die daarmee het vertrouwen van de burger waard is. Dat geldt juist ook voor de lokale overheid (raadsleden, wethouders, burgemeester en ambtenaren), die zo dichtbij staat. De ChristenUnie-SGP wil werken aan een klantvriendelijke, begrijpelijke overheid, die zaken niet onnodig ingewikkeld maakt, maar - waar mogelijk - zelfs eenvoudiger.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur zoekt actief de samenspraak met de samenleving en luistert naar gevoelens en argumenten.
  • In het spanningsveld, tussen de eerste verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur voor het algemeen belang, dat tegenover individuele belangen kan staan en de actieve samenspraak met de samenleving waarin wordt geluisterd naar gevoelens en argumenten, motiveert het gemeentebestuur naar de samenleving de keuzes die het maakt.
  • Het gemeentebestuur oefent zijn zorgtaken (veiligheid, leefbaarheid, ontwikkeling) uit met degenen die de samenleving vormen en waar dit nodig is wordt dit in de regio gestalte gegeven. Het gemeentebestuur en de samenleving dienen hierop goed te sturen. De partners binnen Vivera en vele anderen tonen aan dat de samenleving veel mogelijkheden heeft om te participeren en te sturen op het beleid.
  • Het gemeentebestuur stimuleert en faciliteert krachtig het maatschappelijk en privaat initiatief.
  • Het gemeentebestuur rekent met en speelt in op het ‘zelforganiserend vermogen’ van de samenleving.

1.1.2.      Duidelijkheid

Het gemeentebestuur maakt duidelijk wat zijn rol is en hoe de bevoegdheden liggen. Te allen tijde moet worden voorkomen dat verkeerde verwachtingen tegenover de burger worden gewekt. 

Concreet:  

  • Juist als interactie en bestuur met de samenleving uitgangspunt zijn, is het bieden van duidelijkheid een eerste vereiste: waarover gaat het wel en waarover niet, hoe liggen de formele bevoegdheden, etc.
  • Het vraagt van het gemeentebestuur helderheid in bewoordingen, realisme in te wekken verwachtingen en bewustheid van de concrete context.     

1.1.3       Verbinding

De samenleving vertoont een grote verscheidenheid. Het gemeentebestuur is gericht op een vreedzaam samenleven.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur is er voor de hele samenleving.
  • Ook bevordert het gemeentebestuur de veiligheid van eenieder.
  • Om dat te bereiken, streeft het gemeentebestuur naar verbindingen: initiatieven vanuit de samenleving bij elkaar brengen, verschillen overbruggen, respect en uitwisseling tussen mensen en groepen van verschillende pluimage stimuleren.   

1.1.4       Zichtbaarheid

De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat. Het gemeentebestuur vult die positie in door zichtbaar, bekend en dichtbij te zijn. De ChristenUnie-SGP gaat voor een benaderbare overheid. Dat betekent vooral ook goede communicatie, van social media tot de balie. Wij nemen burgers serieus.

Concreet:

  • De wisselwerking tussen bestuur en burger vraagt om heldere communicatie en uitwisseling: aanspreken en aangesproken worden, zichtbaar zijn en gekend worden.
  • Dit vergt een zichtbare aanwezigheid van het bestuur in de samenleving.   

 1.1.5      Samen stad aan het water

De gemeente krijgt te maken met meer en complexere regelgeving. Daarnaast is er van rijkswege een aansporing tot opschaling, juist ook met het oog om de nieuwe taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren. De schaal waarop de taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd kan daarom ter discussie komen.

De ChristenUnie-SGP wil met de andere Drechtstedengemeenten werken aan een sterke regio: Samen stad aan het water. De Drechtsteden vormen een knooppunt van water, spoor en wegen tussen Rotterdam, Breda en Antwerpen en bieden een unieke combinatie: de stad Dordrecht als centrum van de regio met daaromheen zes kleinere gemeenten en prachtige natuurgebieden. De Alblasserwaard, de Hoeksche Waard en de Biesbosch omringen het gebied en bieden inwoners en bezoekers een grote groene tuin voor vertier en ontspanning. Zo kunnen we de Drechtsteden op een goede wijze positioneren binnen de Randstad en andere economisch sterke verbanden. We willen een sterke rol van gemeenteraden, die de regie in handen houden, en voor de gezamenlijke Drechtsteden een goed opgetuigde netwerk- en uitvoeringsorganisatie.

Wij zien ook een meerwaarde in een nauwe samenwerking binnen de Zwijndrechtse Waard (Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht). De vorming van een grote Drechtstad wijzen we af.

Binnen de Drechtsteden wordt vergaand samengewerkt tussen gemeentebesturen en hun ambtelijke organisaties. De Drechtraad is het hoogste orgaan binnen de Drechtsteden. Iedere fractie van iedere gemeente is daarin vertegenwoordigd. De Drechtraad moet veel werk maken van haar kaderstellende en controlerende rol.

Binnen de Zwijndrechtse Waard willen we met Hendrik-Ido-Ambacht meer gaan samenwerken. Dit geldt zeker voor een gezamenlijk zwembad,  (sport)voorzieningen en het detailhandelbeleid. Wij willen onderzoeken of samenwerking ook op andere terreinen meerwaarde heeft. Een fusie van de gemeenten Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht wordt door ons niet op voorhand afgewezen.

De gemeenteraden moeten betrokken blijven bij de ontwikkelingen binnen de Drechtsteden en de Regio Zuid-Holland-Zuid. Overdracht van meer bevoegdheden is soms nodig. Het uitgangspunt blijft echter dat de samenwerking in de regio dienstbaar moet zijn aan de Zwijndrechtse samenleving. De niet vrijblijvende regionale samenwerking dwingt tot:

  1. heldere kaders waaronder taken kunnen worden overgedragen;
  2. duidelijke afstemming van de werkwijze tussen het samenwerkingsverband en de afzonderlijke gemeenten;
  3. heldere communicatie over samenwerking en activiteiten naar de burger.

De Regio Zuid-Holland Zuid is een organisatie die mede namens Zwijndrecht een aantal taken uitvoert: regionale brandweer, geneeskundige dienst, milieudienst, ambulancevoorziening en de taken op het gebied van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. Wij willen dat deze organisatie waar nodig maatwerk voor de gemeenten levert.

Concreet:

  • Intergemeentelijke samenwerking moet een probaat middel zijn om efficiënter en goedkoper te werken, dat geldt in het bijzonder de ambtelijke organisaties, waarbij de Zwijndrechtse burger moet weten waar hij of zij moet aankloppen voor bijvoorbeeld hulp en ondersteuning.
  • Gemeentelijke herindeling kan aan de orde zijn indien de dienstverlening aan de burger daarbij gebaat is, dit de efficiency bevordert, de bestuurbaarheid verbetert en de identiteit van de plaatselijke gemeenschap daar niet onder lijdt.

(terug naar de inhoudsopgave)  

1.2       Veiligheid

Veiligheid is een basisbehoefte van mensen. De overheid moet zich ervan bewust zijn dat zij een verantwoordelijkheid heeft om de zwakken te beschermen en criminaliteit te bestrijden. Onveilige situaties moeten worden voorkomen en door de gemeente moet handhavend worden opgetreden tegen burgers en bedrijven die de veiligheid in gevaar brengen. De ChristenUnie-SGP wil de komende jaren sterker inzetten op preventie, zonder de handhavende rol van de overheid te veronachtzamen. De eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en instellingen wordt daarbij niet uit het oog verloren. Juist burgers, winkeliers, scholen, politie en woningcorporaties dragen bij aan goede buurten. Dat zijn buurten waarin jongeren veilig naar school gaan en ruimte hebben om te spelen, waarin ouders met een gerust hart wonen, werken en winkelen en waarin ouderen zonder zorg over straat kunnen en actief kunnen zijn.

Mensen zijn geschapen door God. Zij zijn te waardevol om in drugs, drank, gokken of op een andere manier zichzelf, hun vrijheid en waardigheid kwijt te raken.

Veiligheidsbeleid vraagt om een samenhangend pakket aan maatregelen, variërend van het vandalismebestendig inrichten van de openbare ruimte tot het maken van afspraken over de inzet van politie. De gemeente legt de lokale prioriteiten op het vlak van de openbare orde en veiligheid vast in een integraal veiligheidsplan. Dit wordt periodiek vernieuwd en geëvalueerd met de gemeenteraad.    

1.2.1       Overlast, vernieling en criminaliteit

De ChristenUnie-SGP blijft zich sterk maken voor voldoende blauw op straat om krachtig op te kunnen treden tegen zinloos geweld, overlast, vandalisme en criminaliteit. Mensen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun gedrag. Ook moeten ouders worden aangesproken op het gedrag van hun kinderen. Op hen rust de taak van een goede morele vorming van hun kinderen. Inwoners kunnen vaak ook zelf een bijdrage leveren aan het bevorderen van de veiligheid in de eigen leefomgeving.

Concreet:

  • De wijkagenten blijven behouden en zijn duidelijk zichtbaar op straat aanwezig.
  • De politie participeert actief in het lokale zorgnetwerk om bij te dragen aan preventief handelen.
  • Bij de Halt-trajecten ouders nauw betrekken bij de aanpak van overlastgevende jongeren.
  • In risicogebieden cameratoezicht instellen. Camera’s bij het station zijn wenselijk als alternatieven niet mogelijk zijn of niet blijken te werken. Cameratoezicht is een prima middel, maar we willen het beperkt (proportioneel) toepassen en inbedden in een goede cyclus van beleid, uitvoering en evaluatie.
  • Schade als gevolg van vandalisme zoveel mogelijk verhalen op de dader.
  • In samenwerking met de woningcorporaties het verkrijgen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen bij nieuwe woningen en grootschalige renovaties bevorderen. Graag denken wij na over de mogelijkheden die er zijn nu corporaties aangeven dat dit keurmerk te duur zou zijn.
  • Openstaan voor buurtpreventieprojecten.
  • De wens van de ChristenUnie-SGP is om het fenomeen “Buurtbemiddeling” in stand te houden door dit blijvend te stimuleren.
  • Het doen van elektronische aangifte bevorderen en het stimuleren van lage drempels voor het doen van aangifte en een goede terugkoppeling door de politie.
  • Wij willen de sociale samenhang tussen mensen en groepen mensen versterken. Daartoe faciliteren wij wijkplatforms, verenigingsleven en buurtinitiatieven en geven wij de samenleving een rol in de zorg voor veiligheid in de wijk.  

1.2.2       Bedrijvigheid en veiligheid

Ook bedrijven hebben te maken met overlast en vernielingen. Samen met de gemeente worden afspraken gemaakt over het tegengaan van deze problematiek. Bedrijvigheid is van groot belang voor de lokale economie. De gemeente moet zich echter wel bewust zijn van de risico’s die bepaalde bedrijven met zich meebrengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan zware bedrijven, tankstations en chemische opslag.

Concreet:

  • Voldoende aandacht hebben voor de specifieke situaties, zoals de zware bedrijven, de diverse vervoersassen, spoor- en rivierveiligheid.
  • Samenwerken met de ondernemersverenigingen of collectief van bedrijven om inbraken terug te dringen.
  • Afspraken maken met het bedrijfsleven over de beveiliging van bedrijventerreinen in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen.
  • Zorgen dat de vergunningverlening en handhaving op orde is, in het bijzonder ten aanzien van risico’s van bedrijven voor de omgeving. De afspraken daarover met brandweer en milieudienst regelmatig evalueren. 

1.2.3       Brandweerzorg en hulpverlening

De hulpdiensten, brandweer en ambulancezorg, zijn voldoende toegerust om hun taken goed te kunnen vervullen. De brandweer investeert, naast de reguliere brandbestrijding, ook in preventieve taken.

Concreet:

  • De regionalisering van de brandweer mag niet leiden tot uitholling van de vrijwillige brandweer.
  • Het jeugdbrandweerkorps voorziet in een behoefte, o.a. als kweekvijver voor de professionele en vrijwillige brandweer.
  • Wij juichen het toe als de brandweer zich meer toelegt op preventie, o.a. door uitreiking van brandmelders en voorlichting aan specifieke groepen en op scholen.
  • De noodzaak voor voldoende dekking van kazernes om uitruktijden te garanderen.
  • De AED-punten in wijken en Heerjansdam uitbreiden, in samenwerking met bijvoorbeeld EHBO-verenigingen.
  • Ambulancevervoer is gebiedsdekkend, de aanrijtijden liggen binnen de landelijke norm en ook voor de nachtelijke uren moet men kunnen rekenen op effectieve inzet van de ambulance.
  • Overlast veroorzakende personen die de inzet van de brandweer en andere hulpverleners blokkeren, hard aanpakken.    

1.2.4       Crisis- en rampenbestrijding

De gemeenschap moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente is voorbereid op een crisis en dat zij in staat is daadkrachtig op te treden om de negatieve gevolgen ervan te beperken. Samenwerking met omliggende gemeenten in het kader van de veiligheidsregio is daarbij een eerste vereiste.

Concreet:

  • Het regionaal crisisplan jaarlijks evalueren en actualiseren.
  • Voldoende middelen reserveren voor het opleiden, trainen en oefenen van bestuurders en medewerkers in de crisisorganisatie.
  • Aandacht voor verticale evacuatie naar hoger gelegen woongebieden of hoger gelegen verdiepingen van gebouwen.
  • Voldoende aandacht hebben voor de specifieke situaties, zoals de zware bedrijven, de diverse vervoersassen, spoor- en rivierveiligheid.
  • Goede evacuatieplannen hanteren. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aandacht voor de grote groepen ouderen en hulpbehoevenden die in Zwijndrecht lang zelfstandig kunnen blijven wonen. 

1.2.5       Vuurwerk

De ChristenUnie-SGP kiest ervoor het gebruik van vuurwerk, binnen de landelijke wettelijke kaders, zoveel mogelijk te ontmoedigen en overlast door vuurwerk hard aan te pakken.

Concreet:

  • Vuurwerkvrije zones aanwijzen rond verzorgingstehuizen, winkelcentra etc.
  • Streng toezien op het afsteken van illegaal vuurwerk en het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden.

 (terug naar de inhoudsopgave)  

1.3       Financiën

Als goed rentmeester gaat de overheid sober en doelmatig met het aan haar toevertrouwde belastinggeld om. Voor de uitvoering van het beleid zijn financiële middelen nodig. Middelen die worden verkregen door uitkeringen van het Rijk of via belastingheffing door de gemeente zelf. Gemeentelijke financiën betreffen dus gemeenschapsgeld. De ChristenUnie-SGP staat voor verantwoord besteden. De gemeente wordt geconfronteerd met enerzijds een drastische uitbreiding van het takenpakket, anderzijds met een ingrijpende bezuinigingsoperatie. Daarnaast zorgt de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) ervoor dat de gemeentelijke beleidsvrijheid ten aanzien van het doen van investeringen begrensd wordt. De verschillende maatregelen leggen samen een grote druk op het financieel beleid. De rijksoverheid draagt met een aantal zorg- en welzijnstaken weliswaar ook het budget over, maar heeft daarop een aanzienlijke korting toegepast. En door het uitblijven van positieve ontwikkelingen op de woningmarkt staan ook de inkomsten uit de OZB onder druk. Dat geldt al evenzeer voor de opbrengsten uit grondverkoop.

De gemeente moet daarom de tering naar de nering zetten. Vooral ook door duidelijk keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

Concreet:

  • Verantwoord: besteden aan de juiste doelen, tegen een prijs die niet hoger is dan noodzakelijk.
  • Die posten die rechtstreeks te maken hebben met het lenigen van de nood van individuele burgers moeten zoveel mogelijk buiten schot blijven, zoals het kwijtscheldingsbeleid en de schulphulpsanering.
  • Als het gaat om kerntaken van de overheid, zoals veiligheid, is terughoudendheid bij het terugbrengen van het budget op zijn plaats.    

1.3.1       Het huis op orde

Ook in financiële zin behoort een gemeente er voor te zorgen het huis op orde te hebben. Dat betekent inzicht hebben in wat nodig is voor een solide begroting.

De kortingen op het gemeentefonds of budgettaire kortingen gerelateerd aan decentralisaties vragen om een expliciete keuze om ofwel beleid aan de nieuwe financiële mogelijkheden aan te passen ofwel extra begrotingsruimte te vinden.

Concreet:

  • Beheerplannen die inzicht geven in onderhoudskosten om alle kapitaalgoederen op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden.
  • Kritische evaluatie van lopende uitgaven (takendiscussie).
  • De reservepositie moet voldoende zijn om mogelijke risico’s op te vangen.    

1.3.2       Risicomanagement

Het huis op orde betekent ook inzicht hebben in alle risico’s. Jaarlijks worden alle risico’s in beeld gebracht.

Het gaat hierbij om:

  • De grootte van de risico’s en de kans dat een risico zich voordoet.
  • Datgene wat gedaan moet worden om de risico’s te voorkomen of de effecten te beheersen en te verzachten.

De mogelijke gevolgen hiervan voor de gemeentelijke financiën vragen om een strategische visie voor de komende beleidsperiode en voor de lange termijn.

1.3.3       Transparantie

De ChristenUnie-SGP streeft naar maximale transparantie, ook op financieel gebied. Transparant zijn betekent inzicht geven in de financiële mogelijkheden. Maar ook duidelijk zijn in de verantwoording van de bestede financiële middelen. De risicoparagraaf is een essentieel onderdeel van deze verantwoording.   

1.3.4       Financieel beleid

De ChristenUnie-SGP streeft een heldere, inzichtelijke en degelijke begroting na.

Concreet:

  • Een structureel sluitende begroting.
  • De hoogte van de OZB, de hondenbelasting en andersoortige heffingen afhankelijk maken van de weging tussen voorzieningenniveau en de draagkracht van de burger. Wij streven ernaar om de OZB e.d. alleen met inflatiecorrectie te laten stijgen, tenzij daar duidelijke tegenprestaties voor geleverd worden, of aangetoond wordt dat verhoging beslist noodzakelijk is.
  • Bij belastingverhoging terughoudendheid betrachten.
  • Tarieven van rioolrecht, afvalstoffenheffing etc. zijn kostendekkend.
  • De hoogte van de begraafrechten dient zodanig te zijn dat het voor iedereen mogelijk is zich te laten begraven.
  • Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor burgers die door een laag inkomen niet rond kunnen komen.
  • Bij alle projecten moet worden gekeken of en hoe zij kunnen worden versoberd.
  • De gemeente zorgt voor voldoende (weerstands)vermogen om onverwachte uitgaven te kunnen opvangen.
  • Toekomstige generaties worden niet opgezadeld met de gevolgen van slecht financieel beleid van hun voorgangers.   

 1.3.5       Subsidiebeleid

Subsidiëren van organisaties, verenigingen of instellingen beoogt doelstellingen van publiek belang te ondersteunen.

Concreet:

  • Het identiteitsgebonden zijn van de subsidieontvanger is geen reden, maar zeker ook geen belemmering om te subsidiëren.
  • Subsidies hebben een aanvullend karakter.
  • Doelstelling en activiteiten van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met de goede zeden en passen binnen de erkende normen en waarden.
  • Wij zijn tegen het langdurig financieel steunen van noodlijdende verenigingen.

(terug naar de inhoudsopgave)   

2       Samen leven in onze samenleving

     

2.1       Samen zorgen

Wij gaan voor een gezonde samenleving, die oog en zorg heeft voor mensen in kwetsbare situaties. Wij willen omzien naar mensen in kwetsbare omstandigheden. Vanuit Bijbelse naastenliefde willen wij hun zorg en ondersteuning of zelfs bescherming bieden en helpen om hun eigen verantwoordelijkheid weer op te pakken. Mensen dragen verantwoordelijkheid voor elkaar, in gezinsverband, in families en in de buurt. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving en informele netwerken zijn het cement van de samenleving. Vóór alles is inzet op preventie van groot belang. Voorkomen is beter dan genezen. Dit voorkomt niet alleen hoge kosten maar zeker ook onnodig leed voor alle betrokkenen. Elk mens is door God geschapen en te kostbaar om aan zijn of haar lot overgelaten te worden.

Op het gebied van zorg liggen er de komende jaren enorme uitdagingen voor gemeenten. De taken op het gebied van zorg worden vergroot. Dit zal veel gaan vragen van de lokale overheid, maar ook van de Zwijndrechtse samenleving. Dit hoeft niet erg te zijn, als er maar een goed basisniveau overeind staat.

De ChristenUnie-SGP zal constructief meewerken aan deze decentralisaties van taken naar gemeenten en aan de transformatie van overheidszorg naar meer zelfredzaamheid en samen-redzaamheid, maar niet zonder kritisch te zijn op de manier waarop dit plaatsvindt. Wij ondersteunen de gedachte dat niet alles door de overheid geregeld kan en moet worden. Er waren sowieso wijzigingen nodig in de manier waarop wij de zorg in Nederland geregeld hebben. Zorg moet dichter bij de mensen, informeler, integraler en met meer maatwerk. De ChristenUnie-SGP ondersteunt de ontwikkeling dat gemeenten meer verantwoordelijk worden voor het organiseren van goede zorg. Doel is dat iedereen naar vermogen kan meedoen in de samenleving. Daarbij zal de gemeente vooral een stimulerende en faciliterende rol spelen en een vangnet bieden voor hen die het zelf niet redden.

2.1.1       Wet maatschappelijke ondersteuning

De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt vanaf 2015 veel verantwoordelijkheid neer bij de burgers. De zorg geldt (kwetsbare) medeburgers en hun leefomgeving, waarbij de gemeente ondersteuning, begeleiding en verzorging aan huis leveren. De gemeente geeft in een Wmo-beleidsplan periodiek aan hoe ze deze taak gestalte wil geven.

De ChristenUnie-SGP pleit voor een gedegen beleid, dat voorwaarden schept voor de burger om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en solidair te zijn ten opzichte van mensen met een (psychiatrische) handicap en/of langdurige zorgbehoefte. De ChristenUnie-SGP wil daarnaast een optimale keuzevrijheid, zodat de burger hulp kan kiezen die bij hem past.

Concreet:

  • Stimulerende maatregelen nemen om de onderlinge betrokkenheid - binnen familie, kerk en maatschappelijke verbanden - te (helpen) verbeteren. Ook niet-kwetsbaren moeten opgeroepen worden tot actief burgerschap, om zich in te zetten voor hun medeburgers. Kerken kunnen hierin een stimulerende en ondersteunende rol vervullen.
  • Goede ondersteuning bieden aan mantelzorgers en vrijwilligers.
  • Voldoende en adequate psychosociale hulp verlenen via het maatschappelijk werk.
  • Optimale keuzevrijheid garanderen, zodat burgers hulp kunnen kiezen voor een organisatie die bij hen past. Daarbij is het van belang dat lokale (identiteitsgebonden) organisaties ook tot de zorgaanbieders behoren. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen. Als direct contracteren niet mogelijk is, wordt gekeken naar de mogelijkheden van onderaannemerschap. Een cliënt wordt als het ware door de gemeentelijke contractpartner geplaatst bij een andere organisatie. Zo blijven diverse hulpverleningsinstanties voor heel Zwijndrecht en de regio toegankelijk.  
  • Voldoende ruimte bieden aan het persoonsgebonden budget of een vergelijkbare systematiek (bijvoorbeeld een persoonsvolgend budget).
  • Ouderen en gehandicapten de mogelijkheid bieden zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen; daarbij dient wel gewaakt te worden voor sociaal isolement en eenzaamheid. Vivera vervult hierin een zeer belangrijke rol, waarbij wij wensen dat dergelijke mogelijkheden evenredig verspreid worden over de gemeente Zwijndrecht. Daarbij dienen we te bedenken dat diverse projecten en initiatieven in Zwijndrecht bestaan. Te denken valt aan de mogelijkheid om te eten in woonzorgcentrum Nebo en alle activiteiten bij bijvoorbeeld de Eemzon, zoals de boekenuitleen en d mogelijkheid om de fysiotherapeut te bezoeken.
  • Algemene voorzieningen en welzijnsdiensten goed spreiden, zodat deze ook voor de minder mobiele medemens bereikbaar en toegankelijk zijn. Wie zien veel nut in wijkzorg en de wijkverpleegkundigen etc.
  • Zorgen voor de aanwezigheid van een maatschappelijk werkende bij de voedselbank, die samen met de gebruikers kijkt hoe het probleem is ontstaan en helpt om daar weer bovenop te komen. De ChristenUnie-SGP ziet de voedselbank niet als een teken van welvaart en betreurt het dat voedselbanken nodig zijn.
  • Goede informatie, advies en ondersteuning geven door een (digitaal) zorgloket. Bijv. door opvoedcursussen aan te bieden aan ouders, zodat zij beter in staat zijn hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding waar te maken.
  • Ervaringsdeskundigheid uit de samenleving benutten door burgerparticipatie, Wmo-adviesraad en klanttevredenheidsonderzoeken.
  • De aangekondigde bezuinigingen op de huishoudelijke hulp leiden er toe dat in minder situaties aanspraak gemaakt kan worden op deze voorzieningen. Belangrijk is wel oog te houden voor de signalerende functie die deze voorziening heeft.
  • Zorg dragen voor een sluitende zorgketen om overmatig alcohol- en drugsgebruik terug te dringen en overlast door verslaving, huiselijk geweld e.d. te verminderen. Het meldpunt huiselijk geweld bij de GGD vervult hierin een belangrijke rol.   

2.1.2       Vrijwilligerswerk

De ChristenUnie-SGP vindt vrijwilligerswerk het cement tussen de bouwstenen die de samenleving vormen. Vrijwilligers verdienen dan ook de waardering van de overheid en de samenleving.

Concreet:

  • De autonomie van verenigingen dient gewaarborgd te blijven, ook al krijgen zij gemeentelijke subsidie.
  • Vrijwilligers zijn van onbetaalbare waarde voor de samenleving. Daarom is een gemeentelijk schouderklopje (zoals de jaarlijkse vrijwilligersavond in Zwijndrecht en Heerjansdam) beslist waardevol.
  • Initiatieven vanuit de samenleving dienen gestimuleerd en zo nodig gesubsidieerd te worden.   

 2.1.3      Jeugd

Het uitgangspunt bij het jeugdbeleid is gelijk aan dat bij de Wmo, namelijk veel verantwoordelijkheid bij de burgers. De zorg geldt (kwetsbare) jongeren en gezinnen, waarbij de gemeente een goed vangnet realiseert. In het gezin en bij het onderwijs moet de basis worden gelegd voor een goed functioneren in de maatschappij. De ChristenUnie-SGP streeft ernaar dat jongeren gezond en veilig opgroeien tot burgers die vanuit een gezond verantwoordelijkheidsbesef volop meedoen in de samenleving. Daarom willen we investeren in de jeugd en werken aan goede voorzieningen en netwerken.

Kinderen moeten ook vooral kind kunnen zijn en daarvoor kansen krijgen. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken in het opgroeien en opvoeden. De sociale omgeving is ook van belang voor de opvoeding en heeft daar gewenst en ongewenst invloed op. We gaan uit van de eigen kracht van jongeren, ouders en de gemeenschap. Waar ondersteuning nodig is, behoort die zo dichtmogelijk bij de leefomgeving van de jeugdigen en gezinnen plaats te vinden, hoewel dat niet altijd haalbaar of wenselijk is.

Concreet:

  • Wij willen de besteding van middelen voor VVE (voor- en vroegschoolse educatie) en bestrijding van ontwikkelingsachterstanden kritisch volgen. We moeten scherp afbakenen welke kinderen echt ondersteuning nodig hebben en welke niet. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen achterstanden als gevolg van gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en echte spraakontwikkelingsstoornissen.
  • Kinderen met leer- en ontwikkelingsachterstanden intensief begeleiden (voor- en vroegschoolse educatie en schakelklas).
  • De sociaal-emotionele ontwikkeling aandacht geven in samenspraak met de scholen.
  • Opvoedkundige problemen van leerlingen vroeg signaleren en hulp bieden via o.a. schoolmaatschappelijk werk, en zo nodig een gezinscoach.
  • Kinderen en jongeren zijn een groot deel van de week op school aanwezig. De school vormt daarom een belangrijke schakel tussen de ouders, de jongere en zorgaanbieders. De ChristenUnie-SGP vindt het belangrijk dat de gemeente niet alleen zorg draagt voor het weghalen van schotten en drempels tussen de verschillende vormen van zorg en/of zorgaanbieders, maar ook voor een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg.
  • Jongeren pas met een diploma het onderwijs laten verlaten (startkwalificatie); hierbij vervullen de leerplicht en het jongerenloket (voor voortijdige schoolverlaters) een belangrijke rol.
  • Voldoende accommodatie voor de opvang van 12- tot 16-jarigen en 16+-jongeren realiseren alsook jeugdvoorzieningen van sportclubs en sport- en ontmoetingsplekken op straat.
  • Een laagdrempelig Centrum voor Jeugd en Gezin in stand houden met een goede samenwerking en afstemming tussen de partijen, waarbij gebruikgemaakt wordt van het elektronisch kinddossier en de verwijsindex. Wij willen dat het CJG zo laagdrempelig en klantvriendelijk mogelijk is.
  • Bij de vormgeving van de gedecentraliseerde jeugdzorg ruimte bieden voor identiteitsgebonden zorg. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen. Als direct contracteren niet mogelijk is, wordt gekeken naar de mogelijkheden van onderaannemerschap. Een cliënt wordt als het ware door de gemeentelijke contractpartner geplaatst bij een andere organisatie. Zo blijven diverse hulpverleningsinstanties voor heel Zwijndrecht en de regio toegankelijk.
  • Gezinnen ondersteunen in de vorm van één gezin, één plan, één regievoerder.   

2.1.4       Decentralisatie Jeugdzorg

Vanaf 1 januari 2015 gaan de verantwoordelijkheden op het terrein van Jeugdzorg over naar gemeenten; de zogenaamde ‘decentralisatie Jeugdzorg.’ Doel hiervan is: meer preventie, eerdere ondersteuning, integrale hulp en gebruikmaken van de eigen kracht van jeugdigen en hun ouders. Deze doelstelling sluit aan bij het uitgangspunt van de ChristenUnie-SGP.

Voor de ChristenUnie-SGP zijn bij deze decentralisatie drie keuzes van cruciaal belang. Ten eerste biedt de gemeente zorgvragers in de Jeugdzorg keuzevrijheid, waardoor rekening gehouden wordt met de levensovertuiging van ouders en jongeren. Dat betekent ook dat de gemeente in de bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden haar eigen keuzes verdedigt, waaronder de keuze voor identiteitsgebonden instellingen. Ten tweede betekent decentralisatie dat zorgvoorzieningen daadwerkelijk dichter bij de burger worden georganiseerd. Oplossingen worden zoveel mogelijk gezocht in het eigen netwerk en zo weinig mogelijk bij specifieke instellingen. Ten derde gaat de gemeente zorgvuldig om met de financiële risico’s van deze decentralisatie. De kwaliteit van zorg mag niet onder druk komen te staan door het behalen van een zo groot mogelijke korting. Ook wordt geld dat voor jeugdzorg bedoeld is, ingezet op jeugdzorg.

Concreet:

  • De gemeente respecteert de achtergrond van de cliënt waar het gaat om de levensovertuiging van ouders en jongeren. Zorg die aansluit bij de overtuiging van het gezin is effectiever en daardoor goedkoper! De gemeente contracteert zorgaanbieders die de taal spreken van de zorgvrager.
  • De gemeente zet in op een daadwerkelijke transformatie: zoveel mogelijk ondersteunen in de natuurlijke context van een jongere, eventueel in een pleeggezin, en zo weinig mogelijk in instellingen waarin jongeren langdurig verblijven.
  • Scholen, maatschappelijke instellingen en levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken, worden intensief betrokken bij het tot stand komen van gemeentelijke beleid bij de decentralisatie Jeugdzorg.
  • Identiteitsgebonden zorgaanbieders worden betrokken in het aanbestedingstraject om zorg te leveren. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen. Als direct contracteren niet mogelijk is, wordt gekeken naar de mogelijkheden van onderaannemerschap.
  • Het Centrum voor Jeugd en Gezin of het (digitale) zorgloket krijgt een spilfunctie in de decentralisatie Jeugdzorg. De gemeente zorgt ervoor dat zij cont(r)acten heeft in de breedte van de gemeente.   

2.1.5       Zorg voor ouderen en kwetsbaren

Ouderen en kwetsbaren moeten zo lang en zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De ChristenUnie-SGP vindt dat de gemeente een belangrijke regierol heeft om een goed en samenhangend pakket aan voorzieningen te realiseren en in stand te houden.

Concreet:

  • De wijkverpleegkundige wordt door ons zeer gewaardeerd. Naast verpleegkundige zorg kan hij of zij ook andere behoeften en bedreigingen signaleren en hierop actie ondernemen.
  • Werken aan een sluitend zorgpakket en -netwerk, zoals thuiszorg, maaltijdvoorziening, alarmering, voorlichting (voeding, beweging, veiligheid) en terminale thuiszorg. Het Vivera-concept steunen wij van harte. Ook andere initiatieven in deze sfeer kunnen op onze steun rekenen.
  • Zorgen voor een goede spreiding van voldoende seniorenwoningen met bereikbare en (ook voor gehandicapten) toegankelijke voorzieningen in de directe omgeving (‘woonservicezone’).
  • Voorzieningen spreiden om sociaal isolement en eenzaamheid te voorkomen.
  • Mantelzorgers goede ondersteuning bieden.
  • De gemeente blijft concrete plannen maken tegen vereenzaming van ouderen, langdurig werklozen en andere risicogroepen.   

2.1.6       Volksgezondheid

De ChristenUnie-SGP vindt gezond leven in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de burger zelf, maar wil wel actief bijdragen aan bezinning en maatregelen om de volksgezondheid te bevorderen.

Concreet:

  • Optimale voorwaarden voor de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) scheppen om zijn activiteiten uit te kunnen voeren en zijn deskundigheid benutten.
  • De hele gemeente Zwijndrecht laten participeren als JOGG(Jongeren Op Gezond Gewicht)-gemeente.
  • Ambulances goed spreiden over de gemeente/regio, om op tijd zorg te kunnen bieden.
  • Een lokaal gezondheidsbeleid zal periodiek bijgesteld en geëvalueerd moeten worden en een samenhangend pakket van maatregelen moet worden gerealiseerd in overleg met diverse  deskundigen.
  • Toezicht houden op de effecten van gezondheidsbeleid en zo nodig beleidsmatig bijsturen.
  • Zorg blijven dragen voor toegankelijke hulpverlening, onafhankelijk van het inkomen.
  • Voldoende aanbod en goede bereikbaarheid van eerstelijnsvoorzieningen zoveel mogelijk stimuleren, waaronder de continuïteit van de huisartsenzorg.
  • In de gemeente Zwijndrecht is op bepaalde plekken betaald parkeren/vergunningparkeren ingevoerd. Dit heeft voor zorgverleners zoals thuiszorgmedewerkers, kraamverzorgers en wijkverpleegkundigen tot gevolg dat ze, voordat ze naar hun cliënt kunnen, eerst een betaalautomaat moeten zoeken en een parkeerkaartje moeten kopen of bijvoorbeeld een bezoekerspas moeten regelen. Dat kost onnodig tijd en geld. De ChristenUnie-SGP wil dat in onze gemeente zorgverleners gratis of tegen een gereduceerd tarief een vergunning kunnen krijgen.   

2.1.7       Drank en drugs

De ChristenUnie-SGP gedoogt de aanwezigheid van één gecontroleerde coffeeshop en wil het gebruik van drugs en alcohol op straat actief tegengaan en streng optreden bij overlast. Signalen uit de buurt moeten hierbij zwaar wegen. Het kabinet verscherpt de regels rondom softdrugs: cannabis met een THC-gehalte van 15% of hoger wordt niet langer gedoogd. Het vraagt wel extra inspanningen van de gemeente om dit beleid goed uit te voeren. De ChristenUnie-SGP is tegen het door gemeenten zelf telen van wiet. Wiet is en blijft een verboden middel. Door het wietgebruik tegelijkertijd wel te gedogen wordt door de overheid een dubbele boodschap afgegeven. Met wietteelt door de gemeente zou dat nog erger worden.

Tegen illegale hennepkwekerijen wordt hard opgetreden. Growshops worden verboden. De ChristenUnie-SGP wil dat de strijd tegen drankmisbruik gevoerd wordt samen met scholen, ouders, verslavingszorg, horeca, politie, sportverenigingen en andere betrokkenen.

Per 1 januari 2013 geldt de nieuwe Drank- en Horecawet, waarbij de handhavingstaken zijn overgedragen aan de gemeente. De gemeenteraad moet in deze beginperiode dit dossier kritisch volgen. Wij vragen extra alertheid op de handhaving van leeftijdsgrenzen.

Concreet:

  • Een lokaal platform oprichten en in stand houden waarin verschillende maatschappelijke partijen, kerken (diaconieën) en deskundige organisaties (zoals GGD, politie en verslavingszorg) deelnemen.
  • Een integraal verslavingsbeleid vaststellen of actualiseren in samenspraak met het platform en de burgers en de uitvoering via het platform coördineren.
  • Adequaat handhaven, omdat preventie en zorg alleen dan effectief zijn.
  • Coffeeshop weren uit de gemeente.
  • Wettelijke beperkingen betreffende het roken goed naleven.
  • Zorg dragen voor een sluitende zorgketen om overmatig alcohol- en drugsgebruik terug te dringen en overlast door verslaving, zoals huiselijk geweld e.d. te verminderen.

 (terug naar de inhoudsopgave)   

 2.2      Onderwijs

Onderwijs van goede kwaliteit is van groot belang. De rol van de gemeente Zwijndrecht - het creëren van optimale raadvoorwaarden hiertoe - is beperkt, maar niet onbelangrijk. Immers, zaken als huisvesting, lokaal onderwijsbeleid en leerlingenvervoer vallen onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. De vrijheid van onderwijs is leidend voor het gemeentelijk onderwijsbeleid. We vinden het belangrijk dat ouders moeten kunnen blijven kiezen voor scholen die in het verlengde liggen van de opvoeding thuis.

De school is een belangrijke gespreks- en samenwerkingspartner van de gemeente, bijvoorbeeld bij passend onderwijs, jeugdzorg, leerplicht, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Ook heeft de school een belangrijke rol in het versterken van de kracht van de samenleving, door de rol die ze heeft als het gaat om burgerschapsvorming en sociale integratie.

We moeten wel constateren dat er steeds meer taken op de school afkomen. Die ontwikkeling vraagt om zorgvuldige afwegingen, ook van de lokale overheid.

2.2.1       Onderwijsbeleid

De ChristenUnie-SGP is van mening dat een goede verstandhouding tussen de verschillende partners (schoolbesturen, directies en gemeente) van groot belang is. Zeker nu de Jeugdzorg wordt gedecentraliseerd, het Passend Onderwijs wordt ingevoerd en een op handen zijnde doordecentralisatie van de huisvesting bij het primair onderwijs is dit van groot belang. De gemeente en het onderwijs raken elkaar op een aantal vlakken bij de veranderingen in het passend onderwijs en de jeugdzorg. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een samenhangende onderwijs-, ondersteunings- en hulpstructuur voor jongeren. Juist in deze tijden met krimpende budgetten is het belangrijk om geen dingen “dubbelop” te doen. Samen kan er aan gewerkt worden om het beroep op zwaardere en duurdere jeugdzorg en extra doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs te voorkomen. Dat betekent een duidelijke visie op het gemeentelijk zorgnetwerk en de plek/rol van de scholen daarin. Daarbij willen wij een aanpak waarbij het gezin centraal staat. Alleen als we het gezin en de omgeving erbij betrekken en zoveel mogelijk verantwoordelijkheid laten nemen, kan een goede oplossing worden gevonden. Een belangrijk aandachtspunt is de rol van identiteitsgebonden scholen en zorginstellingen binnen de samenwerkingsverbanden. Het is wenselijk dat identiteitsgebonden scholen de mogelijkheid krijgen samen te werken en te zorgen voor passend onderwijs en jeugdhulpverlening.

De kennis die bij het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt van het Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten is over spijbelaars / voortijdige schoolverlaters moet gebruikt worden in het jeugdbeleid. Verzuim en voortijdige schoolverlaten is bijna altijd het teken dat het niet goed gaat met jongeren. Zo kun je als gemeente gericht beleid ontwikkelen voor jongeren die dat echt nodig hebben.

Concreet:

  • Elk bevoegd gezag in het onderwijs wordt als serieuze partner gezien, om samen te komen tot een breed gedragen lokaal onderwijsbeleid, dat afgestemd wordt op de ondersteuningsplannen passend onderwijs.
  • Een integrale aanpak van ondersteuning en zorg realiseren, in en buiten de school.
  • Zich onthouden van actieve inmenging in de inhoud van het onderwijs.
  • In overleg met het onderwijsveld maatregelen nemen ter voorkoming van vroegtijdige schooluitval.
  • Het leerlingenvervoer adequaat regelen, zodat ouders in staat zijn hun kinderen onderwijs te laten volgen dat aansluit bij de gewenste onderwijsvorm.
  • Stimuleer dat de samenwerking tussen scholen en andere instanties die betrokken zijn bij de zorg voor jongeren (CJG, Jeugdzorg) zoveel mogelijk vanuit één locatie werken. De drempel om advies/hulp te vragen wordt daardoor vaak lager. Stimuleer daarbij een integrale gezinsaanpak.
  • De ChristenUnie-SGP stelt dat diverse vormen van technisch onderwijs verder moeten worden gestimuleerd, gezien de bijzonder vraag naar goed opgeleid technisch personeel. Te denken valt aan onze specifieke maritieme sector.   

2.2.2       Onderwijshuisvesting

De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van het onderwijs. Per 1 januari 2015 zal het onderhoud van de scholen in het Primair Onderwijs volledig onder verantwoordelijkheid van de scholen zijn gekomen. Het zogenoemde doordecentraliseren van het buitenonderhoud is dan ook in het Primair Onderwijs een feit. Het gemeentebestuur blijft echter verantwoordelijk voor de nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvestingsvoorzieningen, de eerste inrichting, het herstel van constructiefouten, de verzekering en onroerendzaakbelasting. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van al het onderhoud en de bouwactiviteiten.

Concreet:

  • Voor elke school moet adequate huisvesting geregeld zijn. Hierin moet de lange termijn duidelijk in het oog worden gehouden. Een dislocatie is een tijdelijke oplossing. Het verdient niet de voorkeur een permanente oplossing te zoeken in dislocaties. Ook als er noodgedwongen sprake is van een dislocatie moet veiligheid de hoogste prioriteit hebben. 
  • Rekening houden met het levensbeschouwelijk karakter en de identiteit van de school bij gebruikmaking van het vorderingsrecht op leegstaande lokalen.
  • Zorg dragen voor kwalitatief goede onderwijshuisvesting, waarbij binnenklimaat, veiligheid en duurzaamheid prioriteit hebben.
  • De onderwijsgebouwen zodanig inrichten, dat tegemoetgekomen kan worden aan een toenemende diversiteit van leerlingen als gevolg van passend onderwijs.
  • Bij onderwijshuisvesting moet aandacht zijn de speelruimte in en rond de school, de duurzaamheid van de gebouwen, de fysieke plek en sociale rol van de school(gebouwen) in de wijk.
  • Niet bezuinigen op het onderwijshuisvestingsbudget ten koste van het primair en voortgezet onderwijs en ten gunste van sport en welzijn.   

2.2.3       Onderwijsachterstand / voorschoolse educatie

De gemeente heeft een sturende en coördinerende rol bij de bestrijding van onderwijsachterstanden en neemt de aanpak hiervan voortvarend ter hand. De ChristenUnie-SGP is van mening dat ook de keuze voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) valt onder de verantwoordelijkheid van de ouders. Ouders moeten de vrijheid én mogelijkheid hebben te kiezen voor een vorm van educatie die aansluit bij hun levensvisie.

Concreet:

  • Beschikbare gelden voor voorschoolse educatie en schakelklassen worden ook daadwerkelijk ter beschikking gesteld aan het onderwijsveld.
  • Achterstanden in een zo vroeg mogelijk stadium in kaart brengen, bijvoorbeeld door een goede samenwerking tussen consultatiebureaus, peuterspeelzalen, kinderopvang en scholen.
  • Kinderen die nog niet leerplichtig zijn niet verplichten een bepaalde vorm van onderwijs te volgen. 

2.2.4       Leerlingenvervoer

De ChristenUnie-SGP is voor het behoud van de vergoeding van het leerlingenvervoer voor ouders die hun kinderen naar een school van hun keuze sturen. Uiteraard mag van ouders, naar draagkracht, een eigen bijdrage gevraagd worden. Zo zorgen we ervoor dat keuzevrijheid in het onderwijs, dat zo'n belangrijk onderdeel van de opvoeding is, ook aanwezig is voor minder draagkrachtige ouders.

Concreet:

  • De huidige vergoeding voor het leerlingenvervoer van kinderen naar scholen naar speciaal (basis) onderwijs wordt gehandhaafd.   

2.2.5       Brede School

De Brede School kan een goed instrument zijn voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en het bevorderen van sociale cohesie in de buurt.

Concreet:

  • Een Brede School wordt vormgegeven vanuit scholen en/of instellingen.
  • De mogelijkheid van een breed zorgnetwerk binnen een Brede School optimaal benutten (consultatiebureau, fysiotherapie, logopedie, enz.).
  • Geen dwang uitoefenen op scholen of instanties om te participeren binnen een Brede School.

 (terug naar de inhoudsopgave)  

2.3       Cultuur, sport en recreatie

Mensen hebben de opdracht om de wereld tot ontwikkeling te brengen. Dat wordt in de Bijbel de cultuuropdracht genoemd. De ChristenUnie-SGP ziet als hoofddoel van de cultuuropdracht, zoals de Bijbel ons leert, de eer van God en het welzijn van de naaste. Deze visie geeft ook richting aan de invulling van cultuur, recreatie en sport. Ieder mens heeft gaven en talenten ontvangen om God te eren, anderen te dienen en zichzelf te ontplooien. In dat licht wil de ChristenUnie-SGP ook sport en cultuur beschouwen. Sport en cultuur hebben een samenbindende functie in de samenleving. Mensen willen zichzelf kunnen zijn en de eigenheid ook delen met elkaar. Wij willen een samen-leving, en niet een naast-elkaar-leving. Cultuur en cultuurhistorie kunnen hierin een belangrijke rol spelen, evenals het verantwoord samen recreëren en sporten.

2.3.1       Cultuur

De ChristenUnie-SGP hecht grote waarde aan de beleving van de cultuur. Het stimuleren van sociaal-culturele activiteiten en structuren kan hieraan bijdragen. Primair dienen culturele activiteiten voort te komen uit particulier initiatief, maar de gemeente vervult hierbij een stimulerende en ondersteunende rol. Kunstuitingen in de publieke ruimte moeten in overeenstemming zijn met de Bijbelse cultuuropdracht. De ChristenUnie-SGP wil dit beleid vastleggen in een kunst- en cultuurnota.

Concreet:

  • Actieve of passieve deelname aan kunst en cultuur voor alle inwoners bevorderen.
  • Scholieren in aanraking brengen met diverse cultuurvormen; hierbij wel rekening houden met de identiteit van de scholen. Te denken valt aan de kunstroute en het Beeldenpark.
  • Beeldende kunst in de openbare ruimte als uitingsvorm van identiteit en cultuur(beleving) stimuleren en realiseren.
  • In het doelgroepenbeleid van de gemeenten wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima zodat regelingen optimaal benut worden om cultuurdeelname mogelijk te maken.
  • De gemeente exposeert haar eigen verzameling en werkt mee aan uitlening bij bepaalde gelegenheden.
  • Zwijndrechtse verenigingen betrekken bij het onderwijs. Hierbij kan gedacht worden aan de muzieklessen en dergelijke.   

2.3.2       Cultuurhistorie

Naast cultuurbeleving is ook waardering van de cultuurhistorie erg belangrijk. De geschiedenis hangt uiteraard nauw samen met de lokale identiteit. Wij maken ons sterk voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. De gemeente schept mogelijkheden, ordent en beschermt.

Concreet:

  • Cultuurhistorische waarden, zoals monumenten, behouden en deze op de kaart zetten.
  • Oudheidkamer de Vergulde Swaen van de Historische Vereniging Zwijndrecht als zichtbare drager van de lokale geschiedenis steunen.
  • Cultuurhistorische waarden van de regio inzetten om de toeristische en recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente te bevorderen.   

2.3.3       Bibliotheek

De ChristenUnie-SGP streeft in deze tijd van de beeldcultuur de bevordering van de leescultuur onder jong en oud na. De openbare bibliotheek vervult hierbij een belangrijke functie. Zeker ook in het huidige tijdperk als ‘informatiemakelaar’.

Concreet:

  • De aangeboden boeken en andere informatiebronnen bevorderen de goede zeden en ondermijnen niet de zeden en gezagsverhoudingen.
  • De internetcomputers in de openbare bibliotheek zijn voorzien van een adequaat filter of zijn zo geplaatst dat misbruik bemoeilijkt wordt.
  • De bibliotheek is zo optimaal mogelijk bereikbaar, maar blijft op zondag gesloten.
  • Bij samenstelling en uitbreiding van het assortiment is er aandacht voor verschillende doelgroepen, zoals laaggeletterden, en verschillende levensovertuigingen binnen de gemeente.
  • De samenwerking van de bibliotheek met de scholen is essentieel.  

2.3.4       Recreatie

De hoge woningdichtheid en veeleisende arbeidsomstandigheden veroorzaken behoefte aan ontspanning. De ChristenUnie-SGP wil daarom bijdragen aan verantwoorde recreatie. De gemeentelijke taak bestaat vooral in het scheppen van goede randvoorwaarden.

Concreet:

  • Zorgen voor een goed voorzieningenniveau voor verenigingen.
  • Recreatievoorzieningen die passen bij het karakter van de gemeente en de zondagsrust niet aantasten.
  • Behouden en/of ontwikkelen van recreatieterreinen, zoals natuur- en groengebieden.
  • Verbeteren en in stand houden van aantrekkelijke fiets- en wandelroutes.
  • In het Buitengebied is ruimte voor groen (agrarische bedrijven, bos en weide) en recreatie (intensieve recreatie alleen aan de rand).    

2.3.5       Evenementen

Evenementen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de levendigheid van de gemeente. De ChristenUnie-SGP staat open voor gezellige activiteiten die de sociale cohesie bevorderen. Wel zijn duidelijke spelregels nodig, onder andere om overlast voor omwonenden te voorkomen.

Concreet:

  • De eindtijd voor geluidsoverlast bij buitenevenementen voor middernacht stellen.
  • Geen vergunningen verlenen voor evenementen met een verhoogd risico op drugsgebruik, overmatig alcoholgebruik en activiteiten die in strijd zijn met de goede zeden.
  • Geen vergunningen afgeven voor evenementen op zondag, wanneer deze het houden van kerkdiensten bemoeilijken. Wij pleiten ervoor om evenementen op andere dagen, dan de zondag, te organiseren.   

2.3.6       Toerisme

Behalve recreatiemogelijkheden voor de eigen inwoners zijn ook goede faciliteiten nodig ter ondersteuning van het toerisme. We pleiten voor aantrekkelijke toeristische voorzieningen. Een toeristisch beleidsplan dient opgesteld te worden.

Concreet:

  • De aanleg van een passantensteiger bij het Veerplein om onze unieke ligging ten opzichte van Dordrecht te tonen en een impuls te geven aan de lokale horeca en economie.
  • Versterken van het eigen imago door te verwijzen naar de lokale cultuur(historie), zoals de Oudheidkamer de Vergulde Swaen van de Historische Vereniging Zwijndrecht als zichtbare drager van de lokale geschiedenis.
  • We zouden graag een (tijdelijk) informatiecentrum of een over het maritieme cluster gerealiseerd zien op het braakliggende Euryzaterrein. Dit kan goed worden gerealiseerd met de ondernemers en de gemeente.   

2.3.7       Recreatieve sport

Recreatieve sport kan een positieve bijdrage leveren aan de vorming en gezondheid van de jeugd, aan de volksgezondheid in z’n algemeenheid en aan sociale verbanden. Veel vrijwilligers zijn op dit terrein actief, en ook ouders tonen vaak grote betrokkenheid.

De ChristenUnie-SGP onderkent de positieve aspecten van sport en wil deze ondersteunen door als gemeente voldoende faciliteiten en accommodaties te bieden. Ouderen en gehandicapten verdienen extra aandacht; niet alleen in het mogelijk maken van sport en beweging, maar ook in het bevorderen van sociale contacten.

De ChristenUnie-SGP heeft een duidelijke mening over een gezamenlijk zwembad in de Zwijndrechtse Waard. Het is onbestaanbaar dat Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht beiden hun zwembad zouden renoveren en daarmee beiden veel kosten moeten maken in een tijd waarin we te maken hebben met de economische malaise. Dit is niet uit te leggen aan de inwoners van deze beide gemeenten. De beiden gemeenten zouden niet twee zwembaden moeten renoveren of bouwen op 4 kilometer afstand van elkaar. Wij huldigen daarom ook het standpunt dat er één zwembad moet komen in de Zwijndrechtse Waard. Vaak hebben we uitgelegd dat het niet perse in Hendrik-Ido-Ambacht of in Zwijndrecht zou moeten zijn, maar dat meerdere factoren een belangrijke rol spelen. De financiële kant van dit zwembad is dan een belangrijke factor, want beide gemeenten moeten hun hoofd boven water houden. De locatie van ‘De Louwert’ had in de onderzoeken financieel de voorkeur van onze fractie. Het is natuurlijk zo dat dergelijke beslissingen niet snel genomen worden! Een goed besluit prevaleert boven een snel besluit.

Concreet:

  • Door kennismakingsprogramma’s voor sport leerlingen stimuleren tot meer bewegen.
  • Bij deze kennismakingsprogramma’s ook aandacht besteden aan ‘fair play’: het stimuleren van sportief gedrag en het ontmoedigen van sportverdwazing.
  • Sport mogelijk maken door het behouden of realiseren van goede faciliteiten en accommodaties. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van de turnhal van Gymnastiekvereniging Oefening & Ontspanning.
  • Het sportaanbod beter toegankelijk maken voor ouderen en gehandicapten.
  • Streven naar evenwicht tussen gemeentelijke en particuliere bijdragen.
  • Alcohol, roken en sport gaan niet samen. Het alcoholgebruik in sportkantines tijdens en aansluitend aan sportactiviteiten wordt ontmoedigd.
  • Wij bevorderen actief het sporten, waarbij wordt ingezet op de sporten op andere dagen dan de zondag.
  • Het accommodatiebeleid wordt afgestemd met omliggende gemeenten om na te gaan waar we elkaar kunnen versterken en waar we elkaar niet moeten beconcurreren.
  • In het doelgroepenbeleid van de gemeenten wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima zodat regelingen optimaal benut worden om sportdeelname mogelijk te maken.

(terug naar de inhoudsopgave)   

3      Duurzaam werken en wonen

3.1      Werk en inkomen

Werken is waardevol. Niet alleen voor het inkomen, maar ook voor contacten. Maar wie niet kan werken, verdient ondersteuning van de overheid die zorgt voor haar burgers. Wij vinden dat niemand aan zijn/haar lot mag worden overgelaten. Zowel van overheid als samenleving wordt extra zorg en aandacht gevraagd voor de (tijdelijk) kwetsbare burgers.

De ChristenUnie-SGP zet zich in voor een samenleving waarin iedereen kan meedoen op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij zijn/haar talenten. Waarin het voor gemeenten, bedrijven en andere organisaties en instellingen vanzelfsprekend is dat ook mensen met beperkingen de mogelijkheid wordt geboden om hun talenten in te zetten en die dit ook laten zien door deze mensen in dienst te nemen, bijvoorbeeld door hun een leer-werkstage aan te bieden.

Een sterke economie is een randvoorwaarde en een middel om andere doelen te realiseren. De ChristenUnie-SGP zet zich daarom in voor meer ruimte, minder regels en meer kansen voor ondernemers, ook in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Wij vinden het ook van belang om ondernemers te steunen bij een tijdelijk financieel lastige periode.

3.1.1      Zondagsrust

Elke gemeente mag sinds kort zelf bepalen hoeveel koopzondagen er zijn. Wij zien dat als een verdere stap richting een 7 dagen / 24-uurs economie. Zo'n economie heeft tot gevolg dat er te weinig sprake is van een gezamenlijk rustmoment. Het is vanuit sociale motieven en uit oogpunt van welzijn/gezondheid van belang om wekelijks te rusten. Een collectieve rustdag komt de samenleving ten goede. Vanuit onze christelijke levensovertuiging is de zondag de daarvoor aangewezen dag. Een dag waarop de mens niet moet, maar vooral ook mág rusten. Daar komt bij dat vooral de grotere winkelketens op zondag opengaan, wat veelal ten koste gaat van ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf. Veel kleine zelfstandigen zullen het daardoor extra moeilijk krijgen. Om te overleven wordt hun de keuzevrijheid om één dag in de week te sluiten ontnomen. De ChristenUnie-SGP zet zich daarom in voor het zoveel mogelijk beperken van het aantal koopzondagen, ook in Zwijndrecht.

Concreet:

  • Geen 24-uurs economie
  • Geen uitbreiding van de koopzondagen   

3.1.2      Werk!

De ChristenUnie-SGP wil economische activiteiten stimuleren, maar trekt daarbij ook grenzen. Werk is geen doel in zichzelf, maar richt zich op de bijdrage aan de maatschappij en het verwerven van inkomen. Werk is geen vanzelfsprekendheid meer gezien de economische crisis. Het vraagt om een betrokken samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven.

Concreet:

  • Een goede relatie gemeente-ondernemers nastreven.
  • Het MKB verder versterken door bijvoorbeeld regeldruk te verminderen en duidelijke contactpersonen (bedrijvenloket) te hanteren en het MKB te betrekken bij beleid.
  • Een goed en effectief overlegplatform dat bestaat uit een vertegenwoordiging van het bedrijfsleven en het gemeentelijk bestuur, om daarmee het bedrijfsleven optimaal te betrekken bij het bestuur van de gemeente Zwijndrecht en het bedrijfsleven voldoende kansen te bieden om zich te ontwikkelen en te excelleren. Een overlegorgaan dat gesprekspartner is voor een sterke economische agenda. Een platform waar de ondernemers kunnen aangeven wat hun belemmerd in hun functioneren, maar ook wat zij kunnen bijdragen aan een goede samenleving.
  • Het Economisch Programma wordt een leidend document voor de samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid, waarbij vrijblijvendheden zoveel als mogelijk worden uitgesloten. Overheid en bedrijfsleven zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen.
  • Industriegebieden revitaliseren.
  • De gemeentelijke administratieve lasten voor ondernemers beperken.
  • Niets is voor het midden- en kleinbedrijf zo hinderlijk als een opgebroken straat. De gemeente zorgt ervoor dat eventuele overlast zo kort mogelijk duurt en dat werkzaamheden aan riolering en andere leidingen zoveel mogelijk gecombineerd worden.   

3.1.3       Geen werk?

Mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (langdurig werklozen, gehandicapten, bijstandsgerechtigden) worden door de gemeente actief geholpen om aan werk te komen. Daarbij werkt de gemeente nauw samen met werkgevers in de gemeente en in de regio. De ChristenUnie-SGP houdt oog voor mensen die door omstandigheden niet in staat zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen.

 Concreet:

  • De instroom in de bijstand beperken (strenge poortwachter).
  • Met bedrijven afspraken maken over het re-integreren op de werkvloer, werk, leer- en stageplaatsen.
  • De positie van de (oude) WSW-ers en Wajongers dient in het oog te worden gehouden en waar nodig te worden beschermd. De talenten van (kwetsbare) mensen dienen centraal te staan en dus niet hun beperkingen.
  • Bij inkopen en aanbestedingen ‘social return’ opnemen als contractvoorwaarden. Dit betekent dat bij de uitvoering van de opdracht ook mensen moeten worden ingezet met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
  • De gemeente stelt zich open voor meerdere aanbieders van re-integratietrajecten.
  • Strikter toezien op niet naleving van arbeids- en re-integratieverplichtingen.
  • Van uitkeringsgerechtigden naar vermogen een tegenprestatie vragen in de vorm van maatschappelijk nuttige activiteiten. Denk aan bijvoorbeeld groenonderhoud van sportparken, verzamelen van zwerfvuil, ondersteuning in de verzorging van bewoners van verzorgingshuizen of schoonmaakwerk in wijk- of buurtcentra.
  • Individuele ontheffingen van de arbeidsplicht verlenen voor mensen die door omstandigheden niet in staat zijn aan het arbeidsproces deel te nemen (zoals alleenstaande ouders met jonge kinderen).
  • Voor die groep mensen waarvoor, gelet op hun beperkingen, deelname aan het arbeidsproces niet mogelijk is, dient zinvolle dagbesteding aanwezig te zijn.
  • Hoe het in de nieuwe Participatiewet en uiteindelijk lokaal of regionaal ook geregeld gaat worden, ons uitgangspunt is dat mensen die een beschutte werkplek nodig hebben, die ook moeten kunnen krijgen.   

3.1.4       Financiële ondersteuning

Wie niet kan werken, verdient financiële ondersteuning. De gemeente moet zich houden aan landelijke richtlijnen, maar kan ook zelf iets doen. De ChristenUnie-SGP voert een pleidooi om alle wettelijke mogelijkheden te benutten. Inkomensondersteunende maatregelen zijn er voor burgers die een inkomen hebben tot 110% van het sociaal minimum, zoals de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Concreet:

  • Verlening van bijzondere bijstand. Bij de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) moet een cultuur bestaan die de menselijke maat prevaleert boven een te stringente handhaving van de regels.
  • Gezinnen die moeten rondkomen van een minimum inkomen en waar jonge kinderen van uitmaken extra aandacht geven.
  • Samenwerkingsrelaties met andere instellingen op het vlak van armoedebestrijding, zoals diaconieën, voedselbanken, beter benutten.
  • Fraude met uitkering actief bestrijden.   

3.1.5       Schuldhulpverlening

Door de economische crisis komen steeds meer mensen in financiële problemen. Schuldhulpverlening is een gemeentelijke taak, maar binnen de Drechtsteden is de Sociale Dienst Drechtsteden verantwoordelijk voor de Schuldhulpverlening. De kwaliteit van de Schuldhulpverlening dient te zijn gewaarborgd. De ChristenUnie-SGP vindt dat voorkomen beter is dan genezen.

Concreet:

  • Met hulpverleners afspraken maken over het vroegsignaleren.
  • Gerichte budgetvoorlichting geven.
  • Burgers die onvoldoende financieel besef tonen begeleiden.
  • Verschil maken tussen schulden en schulden: wie zelf verantwoordelijk is voor zijn schuld moet anders ‘aangepakt’ worden dan wie er niets aan kan doen.
  • Bij dreigende huisuitzetting van gezinnen met kinderen met voorrang een schuldhulpverleningstraject starten.
  • Er mogen geen lange wachttijden bestaan voor de schuldhulpverlening. Concreet wordt in de verordening vastgelegd dat iemand binnen twee weken bij de schuldhulpverlening terecht kan en dat er vervolgens zo snel mogelijk wordt gewerkt aan een oplossing, o.a. om te voorkomen dat schulden zich verder opstapelen.
  • Overgang van armoede van ouders op kinderen moet worden voorkomen. Daarom is extra aandacht nodig voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat kinderen daardoor hun talenten niet kunnen ontwikkelen of zich niet kunnen ontspannen.

De ChristenUnie-SGP laat er geen misverstand over bestaan: wie misbruik maakt van de regelingen moet passend gestraft worden en dient terug te betalen. Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige kinderen in het gezin. Zij mogen niet de dupe worden van opgelegde sancties.

(terug naar de inhoudsopgave)  

3.2       Ruimtelijke ordening en goed wonen

      

3.2.1       Ruimtelijk beleid

Het ruimtelijk beleid moet mede ten dienste staan van de opdracht aan de mensen om als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te ontwikkelen en te beheren. Ruimte is een schaars goed. Keuzes die we nu maken, hebben gevolgen voor de leefomgeving van toekomstige generaties. De gemeente heeft hierin een belangrijke regierol. Daarbij gaat het om een verantwoorde en duurzame indeling van de openbare ruimte, in het besef dat er grenzen aan de groei zijn.

Concreet:

Wonen

  • Bij nieuwbouw van bedrijven en woningen eerst kijken naar herontwikkeling, revitalisering en gerichte sloop en nieuwbouw boven uitbreiding.
  • De ChristenUnie-SGP is sterk voorstander van herstructureringsprojecten van bestaande – vaak zwakkere - woonwijken, wanneer deze noodzakelijk aan verbetering toe zijn.
  • De rivieren hebben binnen de Drechtsteden een verbindende functie. De ChristenUnie-SGP is voorstander van woningbouw aan de oevers in een groene setting en van toegankelijke oevers voor iedereen.

Werken

  • De watergebonden bedrijvigheid moet geconcentreerd zijn op bestaande locaties langs de Oude Maas en zo nodig worden geherstructureerd.
  • In deze tijd van oplopende werkloosheid zet de ChristenUnie-SGP zich in voor het behoud van specifieke (maritieme) industriele activiteiten binnen de regio.
  • Bij een teruglopende economie moeten initiatieven voor substantiele uitbreiding van detailhandel binnen de regio worden afgestemd. Dit geldt zeker als het gaat om grootschalige detailhandel aan de randen van het stedelijk gebied. Voorkomen moet worden dat de huidige winkelcentra, die belangrijk zijn voor onze burgers, noodlijdend worden. Ook de opkomst van internetwinkelen zal het draagvlak voor de plaatselijke detailhandel verminderen.
  • De kantorenstrategie dient er op gericht te zijn om het aanbod in goede verhouding te brengen of te houden t.o.v. de (verwachte) vraag. De locale gemeenten in de regio beheersen (gezamelijk) de plancapaciteit (nieuwbouw). De bestaande voorraad, inclusief de leegstand, is een primaire verantwoordlijkheid van de markt. De gemeente zal initiatieven die leiden tot minder leegstand of tot ander gebruiksmogelijkheden waar mogelijk ondersteunen.
  • Werken aanhuis moet binnen vastgestelde randvoorwaarden mogelijk zijn. Overlast moet worden vermeden.

Voorzieningen                                                                                     

  • Het voorzieningenniveau (onderwijs, winkelcentra, sportvoorzieningen etc.) moet op een voldoende niveau blijven en goed bereikbaar zijn. Bijzondere aandacht is er voor jongeren en de toenemende groep ouderen. Bij herinrichting van bestaande wijken en in nieuwbouwwijken moet dit aspect aandacht krijgen.
  • Het kleinschalige dorpse karakter van Heerjansdam en de bijbehorende voorzieningen willen we behouden.

Water

  • Binnen de wijken moet er voldoende waterberging en kwalitatief goed oppervlaktewater zijn.

Groen

  • De ChristenUnie-SGP wil dat Zwijndrecht een groene gemeente blijft.
  • Binnen de bebouwde kom willen wij het structurele onderhoud van het groen versterken.
  • Er moet voldoende speelruimte zijn voor onze kinderen.
  • Het opknappen van het Noordpark is een wens voor economisch betere tijden.   

3.2.2       Structuurvisie

De ChristenUnie-SGP is van mening dat de vraagstukken op het gebied van Ruimtelijke Ordening de gemeentelijke reikwijdte vaak overschrijden. Gezien de complexiteit van ons leefgebied in de Drechtsteden, vraagt dit een doordenking op regioniveau.

Concreet:

  • De ChristenUnie-SGP pleit voor een integrale langetermijnvisie in structuurvisies. Hierin moeten volkshuisvesting, voorzieningen, werkgelegenheid, water, groen en recreatie afgewogen in beeld worden gebracht.   

3.2.3       Bestemmingsplannen

Het bestemmingsplan legt de vormgeving van de ruimte vast, nu en in de nabije toekomst. Een goede afstemming met de provinciale omgevingsvisie, met direct betrokkenen en belangenorganisaties zal het noodzakelijke draagvlak creëren en het proces versnellen.

Concreet:

  • Herziening van bestemmingsplannen gebeurt eens per tien jaar. Nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen wanneer deze voldoende concreet zijn.
  • Bestemmingen voor nieuwe ontwikkelingen maken we flexibel. Zo nodig durven we af te wijken om in te kunnen spelen op de vraag uit de samenleving.
  • Bij overdracht van WABO-taken (Wet algemene beplingen omgevingsrecht) willen we het klantbelang vooropstellen en de afstand tussen bestuur en burger minimaliseren.   

3.2.4       Welstandsbeleid

De welstandsnota schrijft voor waaraan bouwactiviteiten getoetst worden en is medebepalend voor de beleving van de openbare ruimte. De ChristenUnie-SGP vindt dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen bij de woon- en leefomgeving. Beeldbepalende bouwwerken, monumenten en de inrichting van het (cultuur)landschap geven karakter aan de gemeente.

Concreet:

  • In het welstandsbeleid willen we onnodige beperkingen voor burgers, kerken, instellingen en bedrijven voorkomen. In gebieden waar regels weinig toevoegen is welstandsvrij-bouwen mogelijk. We passen sneltoetsciteria zonder welstandscommissie toe voor eenvoudige bouwaanvragen. 
  • De welstandscommissie laten we voortbestaan, omdat de commissie een belangrijke rol vervult bij het behalen van kwaliteitsdoelstellingen.
  • Wij willen dat er voor nieuwe ontwikkelingen beeldkwaliteitplannen worden opgesteld. 

3.2.5       Woningbouw en leefmilieu

Een aantrekkelijke gemeente kenmerkt zich door variatie in woon- en leefmilieus. Woningzoekenden moeten een passende woning kunnen vinden.  Wij willen dit bereiken door vraaggericht in plaats van aanbodgericht te bouwen. In een Woonvisie wordt het woningbouwbeleid geformuleerd.

Concreet:

  • De ChristenUnie-SGP wil samen met de wijkplatforms en andere partners investeren in de leefbaarheid, de vitaliteit en vernieuwing van de woonwijken. Wij willen maatwerk leveren en daarom gebiedsgericht werken stimuleren op basis van gezamenlijk op te stellen wijkvisies.
  • We willen regionale en lokale volkshuisvestingsplannen opstellen en uitvoeren. De gemeente en de corporaties maken voor de korte en de lange termijn prestatieafspraken over hun gezamenlijke inspanningen voor het gemeentelijke woningbestand en in het kader van buurt- en wijkbeheer.
  • Woningen die gebouwd worden, moeten voldoen aan de criteria die binnen de regio zijn afgesproken. Het toevoegen van woningen voor hogere inkomensgroepen heeft de voorkeur. De Drechtsteden heeft relatief weinig woningen voor deze doelgroep. Deze inkomensgroep is belangrijk voor het vergroten van het draagvlak van de voorzieningenniveau.
  • Een bijzondere inkomensgroep is de groep huurders die worden aangemerkt als “scheefwoners” (deze inkomensgroep verdient te veel om sociaal te huren en te weinig om voldoende hypotheek te krijgen voor een geschikte koopwoning). Het toevoegen van goedkopere koopwoningen voor deze groep moet worden bevorderd. Hierdoor komt de doorstroming op gang ten gunste van de echte doelgroep voor de sociale woningbouw, waaronder veel starters. De doorstroming willen we ook samen met de woningcorporaties oppakken.
  • Hoe dan ook, gezorgd moet worden dat er voor alle inkomensgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn. We denken daarbij ook aan starters en de groeiende groep senioren. In alle gevallen zal de vraag in de markt leidend zijn voor het creëren van nieuw aanbod.
  • De mogelijkheid van mantelzorg willen we in samenhang met andere belangen zo veel mogelijk regelen in bestemmingsplannen.
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen willen we duurzaamheid bevorderen.   

3.2.6       Projecten

De ChristenUnie-SGP wil zich inzetten voor goede, veilige woonwijken en voor hoogwaardige voorzieningen die goed bereikbaar zijn. Wanneer de economische situatie dat toelaat willen wij daarvoor projecten uitvoeren. 

Concreet:

  • Projecten die gestart zijn, zoals Onderdijkserijweg, Euryza en Koninginneweg willen we afmaken. Waar nodig moet overprogrammering ongedaan gemaakt worden. Het knippen, faseren of kleiner maken van projecten kan zorgen voor een grotere kans op realisatie.
  • Projecten die nog niet gestart, zoals Maasterras en Noordoevers, willen we uitstellen tot betere economische tijden.
  • Zwijndrecht is samen met Hendrik-Ido-Ambacht risicodragende partner bij de realisatie van het plan De Volgerlanden op het grondgebied van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De Volgerlanden dient een nieuwbouwwijk te worden met een goede kwaliteit, waar veel regiobewoners plezierig kunnen wonen. Het plan voorziet voor een niet onbelangrijk deel in de behoefte van de regionale sociale woningbouw. Wel wil de ChristenUnie-SGP dat de tekorten op de grondexploitatie binnen redelijke grenzen blijft.   

3.2.7       Het buitengebied

Het buitengebied tussen Zwijndrecht en Heerjansdam willen wij groen houden. Wij pleiten er daarom voor de bestaande groene en rode contouren te handhaven.

Concreet:

  • In het buitengebied is ruimte voor groen (agrarische bedrijven, bos en weide) en recreatie (intensieve recreatie alleen aan de rand).
  • Als er al nieuwbouw in het buitengebied komt, dient dat onder strikte voorwaarden te gebeuren: we willen geen substantiele toename van het bebouwde oppervlak.
  • Nieuwe plannen moeten een aantoonbare bijdrage leveren aan het groene karakter van het buitengebied.
  • Realisatie van de bestaande recreatieve inrichtingsplannen met onder andere nieuwe bosgebieden, moet voortvarend worden voortgezet.

 (terug naar de inhoudsopgave)  

3.3       Leefomgeving

Wij behoren zorgvuldig om te gaan met de natuur. Gods goede schepping moeten we bouwen en bewaren. Een schoon milieu, waaronder ook het openbaar groen en het water valt, moet onze aandacht hebben. Hier geldt het rentmeesterschap bij uitstek. Hoofdlijnen zijn bijvoorbeeld het investeren in duurzame energiebronnen en het duurzaam inrichten van de (leef)omgeving. Dit kan onder andere door het realiseren van een duurzaamheidsplan.   

3.3.1       Groen

Het groen - bomen, struiken, parken en perken - bevordert de leefbaarheid van de gemeente. Het gericht inzetten van beplanting maakt het mogelijk om de geluidsoverlast te beperken en de luchtkwaliteit te verbeteren. De ChristenUnie-SGP vindt een kwaliteitsniveau belangrijk, ook omdat groen sterk beeldbepalend is. Bij de inrichting van de openbare ruimte worden de aspecten van verkeersveiligheid en sociale veiligheid in voldoende mate meegenomen, zodat onoverzichtelijke en onveilige situaties worden voorkomen.

Concreet:

  • Inventariseren en beschermen van beeldbepalend groen.
  • Door een groenplan voorzien in het planten en onderhouden van een brede variatie in bomen en planten.
  • Begraafplaatsen, parken en groenstroken op een acceptabel niveau onderhouden.
  • Solitaire objecten en bedrijventerreinen goed landschappelijk inpassen (parkmanagement).
  • Woonwijken aan de rand van kernen voorzien van een groene randzone.
  • Aandacht hebben voor de veiligheid(sbeleving) van burgers bij de inrichting van groenstroken.
  • De toepassingsmogelijkheden van integraal technisch groen inventariseren, o.a. het plaatsen van bomen, struiken en groenwallen om daarmee het fijnstof te reduceren en tevens een groene, prettige leefomgeving te creëren.
  • Technisch groen bij bedrijventerrein en langs doorgaande wegen stimuleren.
  • Burgers, bedrijven en andere partijen worden betrokken bij het (tijdelijke)alternatieve gebruik van braakliggende gronden. Te denken valt aan volkstuinen, inzaaien met bijenvriendelijk bloemenmengsel e.d.
  • Het is belangrijk om te weten waar ons eten vandaan komt. Stadslandbouw is daar een goed idee voor. Het verlevendigt de gemeente, brengt onze voedselproductie dichter bij huis en maakt de openbare ruimte groener en leefbaarder. De gemeente geeft aan welke gronden er geschikt zijn om (tijdelijk) een stadsakker te beginnen.  

3.3.2       Water

Water wordt een steeds belangrijker onderwerp voor het gemeentelijk beleid. De overheid is verplicht een Waterplan op te stellen. Watersystemen en problemen van wateroverlast of verdroging houden doorgaans niet op bij een gemeentegrens. De ChristenUnie-SGP is daarom van mening dat overleg met het waterschap en andere gemeenten noodzakelijk is.

Concreet:

  • Het grond- en oppervlaktewater zuiver houden.
  • De gemeentelijke riolering op een goed niveau brengen en houden.
  • De belevingswaarde van water in de omgeving en van wonen aan het water recht doen.
  • Uitvoering geven aan het Waterplan.
  • Waterretenties realiseren om wateroverlast door zware regenval en/of kwelwater te voorkomen.
  • Een structurele oplossing realiseren voor de hoogwaterproblematiek bij het Veerplein. Zandzakken kunnen worden gebruikt als tijdelijke oplossing bij extremen, maar dit kan geen structurele maandendurende oplossing zijn.  

3.3.3       Milieubeleid

Naast afnemende bedrijvigheid en toenemende werkloosheid biedt de crisis ook kansen om tot een meer duurzame samenleving te komen. De drang naar meer heeft ons uiteindelijk minder gebracht, dat zien we nu terug in de crisis. We moeten van consumeren naar consuminderen, van ‘meer’ naar ‘genoeg’, van kwantiteit naar kwaliteit. Dat is onze opdracht als rentmeesters van Gods schepping.

Wij geloven dat we de aarde hebben gekregen en dat we er zuinig op moeten zijn. Daar varen we allemaal wel bij, net als toekomstige generaties. Steeds meer burgers zijn zelf heel actief bezig met het werken aan een beter milieu. Mensen wekken duurzame energie op en scheiden hun huisvuil. Wij willen dat de gemeente deze initiatieven ondersteunt en stimuleert. Ondertussen heeft de gemeente ook de taak om zelf ambities te hebben om te werken aan een beter milieu.

Het milieubeleid vraagt om een integraal plan. In een dergelijk beleidsplan komen de kwaliteit van de openbare ruimte, duurzaamheid, geluid, licht en afvalstoffenbeleid aan de orde. De ChristenUnie-SGP vindt dat de gemeente zelf ook het goede voorbeeld dient te geven in zaken als energiebesparing en CO₂ -reductie.

Concreet:

  • Vervuiling en uitputting van grondstoffen voorkomen door duurzaam bouwen.
  • Overtollige warmte of energie slim benutten (bijvoorbeeld riothermie).
  • De aanschaf van zonnecollectoren door particulieren en bedrijven actief stimuleren.
  • Gemeentevoertuigen rijden op aardgas of elektra.
  • Er komen meer laadpunten voor elektrische auto’s.
  • Regenwater afkoppelen.
  • Verduurzaming van gemeentelijke gebouwen heeft prioriteit.
  • Duurzame straatverlichting.
  • Educatie en voorlichting aan kinderen (en hun ouders) over het belang van natuur en landbouw is belangrijk.
  • Er wordt gewerkt an bewustwording van milieugedrag bij kinderen en volwassenen en ondernemers.
  • Bij het geven van voorlichting op basis- en middelbare scholen kunnen vrijwilligers worden ingezet. Ook speciale activiteiten, zoals de Nationale Boomfeestdag, kunnen in samenwerking mt bijvoorbeeld scholen worden georganiseerd (zie ivn.nl).
  • Er wordt meegedaan aan landelijke dagen rond afval, zwerfvuil, compost etc. (Nederland Schoon, Opzoomeren, Duurzaamheidsweek e.d.).
  • Burgers ontvangen subsidie om bij reconstructies van tuinen infiltratiekratten in de grond te plaatsen. Hiermee wordt het hemelwater, daar waar her valt, vastgehouden en langzaam in de bodem opgenomen.   

3.3.4       Afvalstoffenbeleid

Het afvalstoffenbeleid is belangrijk om verloedering van de openbare ruimte tegen te gaan. Burgers en bedrijven moeten zich bewust worden van de geweldige productie van afval. Voor ons geldt het uitgangspunt dat de vervuiler betaalt. Vanzelfsprekend is er goed toezicht op de naleving van de regels.

Concreet:

  • Optimale scheiding van afvalstromen stimuleren.
  • Bij hoogbouw en winkelcentra milieuparkjes inrichten, waar de burger glas, papier, textiel, blik en kunststof kan inleveren.
  • Tarieven differentiëren (hoe meer afval burgers of bedrijven aanbieden, hoe hoger de rekening).
  • Het milieurendement verbeteren en zorgen voor aanvaardbare kosten voor de burger en een goed serviceniveau.
  • Zwerfvuil en de hondenpoepvervuiling worden aangepakt door mensen daadwerkelijk te beboeten bij overtredingen.   

3.3.5       Speelplaatsenplan

Via een speelplaatsenplan kunnen speelterreinen en speeltoestellen op een goede manier over de gemeente worden verdeeld. Volgens de ChristenUnie-SGP verdient het aanbeveling om in een dergelijk plan rekening te houden met voldoende spreiding, waardoor het mogelijk is dat kinderen op korte loopafstand kunnen spelen en bewegen. Voor de jeugd worden plaatsen aangewezen die bestand zijn tegen vandalisme. Voor oudere jeugd worden voorzieningen voor ontmoeting en beweging gerealiseerd. De ChristenUnie-SGP vindt Speeltuinvereniging West een voorbeeld voor geheel Zwijndrecht.

Concreet:

  • Een goed speelplaatsenplan is in de gemeente Zwijndrecht niet beschikbaar. De ChristenUnie-SGP wenst dit te realiseren.
  • Speelvoorzieningen voor kinderen evenwichtig spreiden en ouders, wijkplatforms en omwonenden hierbij betrekken.
  • Speelplaatsen afstemmen op diverse doelgroepen (leeftijden).
  • Bij de inrichting van een speelplaats en de keuze van speeltoestellen rekening houden met minder valide kinderen.
  • De veiligheid van speelplaatsen bevorderen en misbruik door hangjongeren voorkomen.
  • Met wijkplatforms en buurtverenigingen afspraken maken over gezamenlijk beheer en toezicht.
  • Voorzieningen voor oudere jeugd realiseren, ten behoeve van ontmoeting en beweging.
  • Voor de opgroeiende jeugd locaties aanwijzen met duidelijke spelregels, om overlast en vernielingen te voorkomen.

 (terug naar de inhoudsopgave)   

3.4       Mobiliteit

Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is essentieel om samen te kunnen leven en werken. Mobiliteit is bewegingsvrijheid, maar de ChristenUnie-SGP wil dat de groeiende mobiliteit niet teveel ten koste gaat van onze leefomgeving. We kiezen daarom voor verduurzaming van de mobiliteit, vermijden van overbodig verkeer, een betere benutting van de bestaande infrastructuur en het beter met elkaar verbinden van de verschillende vervoerssoorten: auto, openbaar vervoer en fiets bij het personenvervoer en scheep- en binnenvaart, spoor en weg bij het goederenvervoer. De lokale overheid heeft de verantwoordelijkheid (samen met de provincie en het Rijk) voor een goed niveau van infrastructuur, zodat burgers economische, sociale en culturele activiteiten kunnen ontplooien en bedrijven hun werk kunnen doen. Niet alleen de overheid maar ook de burgers hebben een grote verantwoordelijkheid om bewust met mobiliteit om te gaan.

Concreet:

  • Periodiek moet het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan worden geactualiseerd en worden besproken.
  • De woongebieden willen we inrichten conform het beleid ‘duurzaam veilig‘ en de 30 kilometer-zones uitbreiden.
  • ChristenUnie-SGP geeft de voorkeur aan rotondes, boven verkeersregelinstallaties. Wij vinden dat de wegenstructuur overzichtelijk en veilig moet zijn.
  • Wij willen dat vrachtauto’s zoveel als mogelijk worden geweerd uit de woonkernen en dat belangrijke verkeersstromen zoveel mogelijk buiten de leefkernen moeten worden omgeleid.
  • Gebruik van duurzame vervoermiddelen, als elektrische fiets en auto, wordt waar nodig gestimuleerd en gefaciliteerd.
  • Het onderhoud van de infrastructuur heeft hoge prioriteit. Lager dan de onderhoudsnorm die nu wordt gehanteerd is niet wenselijk.   

3.4.1       Fiets

De fiets vormt een uitermate belangrijk vervoermiddel voor de korteafstandsmobiliteit. Fietsen is goedkoop, gezond en vrijwel niet milieubelastend. De jeugd onder de zestien jaar is er zonder meer op aangewezen en voor schoolbezoek is er dan ook vaak sprake van grote fietsstromen. Ook voor woon-werkverkeer op korte afstand wordt veel gebruikgemaakt van de fiets. Nu fietsen met (elektrische) trapondersteuning in een snel tempo de markt veroveren, zijn er veel mensen die de fiets opnieuw ontdekt hebben.

Concreet:

  • Het fietsroutenetwerk in Zwijndrecht moet de komende raadsperiode verbeterd worden. Realiseer zo veel als mogelijk vrij liggende fietspaden, zoals op de Ringdijk recent is aangelegd, en zogeheten fietsstraten waar de auto ‘te gast’ is. Te denken valt aan de Jeroen Boschlaan.
  • Fietsroutes binnen de gemeente zijn of worden zo veel mogelijk van het overige verkeer gescheiden.
  • Bij herstructureringen wordt gezorgd voor een goede infrastructuur voor fietsen, zodat het fietsen wordt bevorderd en automobiliteit wordt teruggedrongen.
  • Fietspaden worden in de toekomst uitgevoerd in rood asfalt voor een goed fietscomfort.
  • De ChristenUnie-SGP bevordert de aanwezigheid van oplaadpunten voor elektrische fietsen, te denken valt aan oplaadpunten bij het Veerplein en de Veerplaat. Voor de realisatie zullen ondernemers betrokken moeten worden.
  • Paaltjes op fietspaden veroorzaken veel ongelukken. Deze worden zoveel mogelijk vervangen door flexibele, kunststof paaltjes en moeten worden voorzien van retroreflecterend materiaal met afwisselend rood-witte banden.
  • Wij vinden dat op plaatsen waar dat nodig en mogelijk is (bijvoorbeeld bij winkelcentra, het station, haltes van het openbaar vervoer) fietsenstallingen moeten worden gerealiseerd. Het gebruik van de fiets dient te worden bevorderd door ondermeer de wachttijd voor fietsers bij verkeerslichten kort te laten zijn en klachten over fietspaden snel aan te pakken.    

3.4.2       Voetgangers

Voetpaden zijn bedoeld om gemakkelijk op de plaats van bestemming te komen. Ze moeten daarom zo worden ingericht, zodat ook kinderen, ouderen en mindervaliden ze veilig kunnen gebruiken.

Concreet:

  • Binnen de bebouwde kom is op doorstromingswegen steeds sprake van een trottoir aan beide zijden van de weg en voldoende veilige oversteekplaatsen.
  • Verhoogd liggende trottoirs zijn voorzien van op- en afritbanden voor rolstoelen, kinderwagen e.d.
  • In woonwijken worden bij voorkeur 30-kilometerzones aangelegd.
  • Verkeerslichten zijn zo afgesteld dat alle voetgangers voldoende tijd hebben om over te steken.

3.4.3       Openbaar vervoer

De gemeente is niet verantwoordelijk voor het openbaar vervoer (OV) en heeft hierop een zeer beperkte invloed. De gemeente stelt zich uiteraard proactief op richting die overheden die daarvoor wel verantwoordelijk zijn. De gemeente is een directe medespeler als het gaat om het faciliteren van de openbaar vervoersfaciliteiten.

Concreet:

  • De bereikbaarheid van openbare voorzieningen, zoals het ziekenhuis, zorgcentra en scholen moet goed zijn.
  • Zo nodig worden verkeersmaatregelen genomen om de doorstroming van het openbaar vervoer te bevorderen. Denk hierbij onder andere aan vrij liggende busbanen.
  • De mogelijkheden van vervoer over water blijven benut. Er wordt aangedrongen op betere aansluitingen in de Drechtsteden en naar Rotterdam.
  • De ChristenUnie-SGP vindt dat de Waterbus een belangrijk onderdeel is van het openbaar vervoer binnen de Drechtsteden. Uitbreiding van de vaarroutes en vaartijden van de Waterbus wil de ChristenUnie-SGP binnen redelijke financiële kaders mogelijk maken.
  • De realisatie van plannen voor de Hoogwaardig Openbaar Vervoerlijn binnen de Drechtsteden (HOV-D), waarvan de uitvoering de afgelopen raadsperiode is gestart, moet worden afgemaakt. Het gaat hierbij om regionale buslijnen over een vrije busbaan, die drukbezochte plaatsen in de Drechtsteden met NS-stations verbinden. In Zwijndrecht zal de HOV-lijn vanaf de brug over de Oude Maas via het NS-station, de Koninginneweg en de Laan van Walburg richting De Volgerlanden lopen. Wij willen de aansluiting van het openbaar vervoer vanuit de wijken goed laten aansluiten op deze HOV-lijn.   

3.4.4       Automobiliteit

Een goede autobereikbaarheid is van belang voor bewoners en voor de (bijna alle) bedrijven, die voor aan- en afvoer van goederen en voor de personeelsvoorziening autoverkeer nodig hebben. Dit neemt niet weg dat er goede alternatieven beschikbaar moeten zijn, zoals trein, bus en fiets. Het terugdringen van de automobiliteit is een belangrijk thema.

Concreet:

  • Automobiliteitreductieplannen worden met betrokken partijen (overheid, kantoren / bedrijven, OV-maatschappijen) opgesteld en uitgevoerd.  

3.4.5       Parkeren

Een terugkerend discussiepunt binnen de gemeente is het parkeerbeleid. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn voldoende parkeerplaatsen en de hoogte van parkeergelden.

  • Betaald parkeren is soms nodig, maar het mag geen melkkoe zijn voor de gemeente. Wij pleiten voor zo veel mogelijk kostendekkende tarieven.
  • Om groen te sparen zal het parkeren steeds vaker in gebouwde parkeervoorzieningen plaatsvinden om daarmee de toenemende parkeerdruk het hoofd te kunnen bieden. Wanneer betaald parkeren nodig is om gebouwde voorzieningen te kunnen realiseren, willen we meewerken aan de invoering van betaald parkeren. Ook wanneer bewoners van de wijken vragen om betaald parkeren, bijvoorbeeld om zeker te zijn van een parkeerplaats dicht bij hun woning, zullen wij initiatieven ondersteunen.
  • Bij winkelcentrum Walburg heeft een betaalsysteem met achteraf betalen onze voorkeur. Makkelijk en voordelig betalen met een mobiele telefoon zouden wij aanvullend wensen.
  • Vrachtwagenverkeer dient zo veel mogelijk uit de bebouwde kom te worden geweerd. Het parkeren van grote en kleine bedrijfsvoertuigen willen we liever niet in de woonwijken, maar op de bedrijventerreinen en op daarvoor ingerichte betaalde vrachtwagenparkeerplaatsen.  

3.4.6       Verkeersveiligheid

De impact van ongevallen is vaak erg groot. Het aantal verkeersslachtoffers (doden en ernstig gewonden) is in Nederland relatief laag, maar het kan nog beter. Wij hebben als uitgangspunt dat bij de uitvoering van het verkeer- en vervoersbeleid ook handhaving, communicatie, voorlichting en educatie moet worden uitgevoerd.

Concreet:

  • De gemeente werkt actief mee aan het realiseren van verkeerslessen op de scholen en instellingen en stimuleert dat scholen zich inzetten voor het verkeersveiligheidslabel.
  • De ChristenUnie-SGP wil dat er aandacht besteed dient te worden aan de kwetsbare groepen in het verkeer (ouderen, kinderen en gehandicapten).
  • Wij zijn van mening dat uniformiteit en eenduidigheid van de wegenstructuur en voorrangsregels de verkeersveiligheid ten goede komt.
  • Wij vinden dat in het overleg tussen de politie, het openbaar ministerie en het gemeentebestuur, waarin de handhavingprioriteiten worden vastgesteld, voortdurend moet worden aangedrongen op een consequente verkeershandhaving.
  • De veiligheid in het openbaar vervoer (ook bij de haltes en het station) heeft hoge prioriteit.

 (terug naar de inhoudsopgave)